STOMP: Vraag maar raak

11:45

Panelleden:
Floris Janssen – 8Ball Records
Bob Vos – Redline Music/Cornelis Music
Rudo de Raaff – PR-Indies
Jaap van Eggelen – EZ Boekhouding
Frans Duijts – artiest

Panelvoorzitter:
Michel Peek – STMPL

Sterk team laat artiest floreren

 ‘Wil je ook jenever?’ De start van het Grote Vraag-Maar-Raak Panel door STOMP is jolig. Dat er water in de flessen op het podium blijkt te zitten, is een lichte teleurstelling. Het zet echter wel de toon. Hoewel de insteek ‘de artiest als bedrijf’ serieus is, is de sfeer laagdrempelig en dat maakt dat er open antwoorden komen op de gestelde vragen.

Panelsamensteller STOMP (Stichting Onafhankelijke Muziek Producenten) is de officiële koepel voor onafhankelijke platenmaatschappijen in Nederland en het independent platform binnen de NVPI. Ook vertegenwoordigt STOMP de Nederlandse inbreng in IMPALA, de Europese organisatie voor independents. Projectcoördinator en panelmoderator Michel Peek maakt het niet mooier dan het is. “STOMP is eigenlijk gewoon een Bovag voor de Nederlandse muziekindustrie.”

Breed werken

In de zaal gonst het tijdens de start nog een beetje. De even daarvoor gedane mededeling dat de term ‘volkse muziek’ moet worden omgevormd naar ‘Hollands’ zorgt voor enige commotie. “Je kan er een label op plakken, maar je het publiek is niet te sturen”, aldus Floris Janssen van 8ball Music. Zanger Frans Duijts is er ook een beetje stil van. “Het moet nog even indalen bij mij. Ik word regelmatig een ‘volksheld’ genoemd, ik kan niet ontkennen dat ik dat wel een heel fijne geuzennaam vind.” Al snel gaat het echter over de artiest als ondernemer, het echte thema van het panel. Duijts (‘artiest, zanger, sloper, asbestsaneerder, onroerend goed handelaar, ik ben letterlijk en figuurlijk breed’) is bij uitstek een ondernemer. “Ik heb veel hobby’s, zeg ik weleens. De sleutel is dat je doet wat je leuk vindt en een goed team om jezelf heen verzamelt. Ik heb een team van 23 man dat aan mijn carrière meewerkt, dat onderschatten mensen regelmatig.”

Route bepalen

In dat team onder meer Rudo de Raaff van PR-Indies en Floris Janssen van 8ball Music. Eerstgenoemde zorgt voor promotie van artiesten op onder meer radio en televisie, laatstgenoemde werkt bij Duijts’ platenlabel Dino. “Ons bedrijf werkt voor artiesten in de volledige breedte, dat maakt dat wij een breed netwerk hebben en dat kunnen we inzetten voor de artiesten waarmee en waarvoor we werken”, aldus De Raaff. Janssen voegt toe dat het label op zijn beurt met de artiest de route bepaalt. “Wat wordt de muzikale koers, waar willen we de komende jaren naartoe werken, waar heeft de artiest behoefte aan en welke componisten kunnen we daar omheen zetten?” Duijts: “Veel mensen denken dat een team van 23 mensen voor een artiest als ik overdreven is, maar juist zij zorgen dat ik als artiest kan floreren.”

Voeten op de grond

De rol van alle in de industrie werkzame partijen is echter wel drastisch veranderd in de afgelopen jaren, zo is de consensus. Janssen: “In het verleden had je een artiest onder contract en bracht je de muziek uit op een cd. Dat was het. Tegenwoordig is er veel meer een dialoog. Kijk je waar een artiest het best tot zijn recht komt, zorg je dat hij of zij in playlists terecht momt, je koppelt hen aan andere artiesten of aan componisten et cetera.” Duijts voegt toe dat wellicht een van de belangrijkste taken van zijn team is, hem met de beide voeten op de grond te houden. “Als je als artiest succes hebt, kan je vrij snel gaan zweven. Denken dat je alles kan maken. Mensen behandelen je ook anders. Als ik jou een glas water in het gezicht gooi, vindt iedereen het prachtig. “Artiestengedrag’. Doe ik dat als eigenaar van mijn sloopbedrijf, is het onacceptabel gedrag. Terecht natuurlijk, maar heel raar hoe dat werkt.”

“Wij zijn niet meer ‘de platenmaatschappij’, wij zijn een partner”

Bob Vos van Cornelis Music zit eveneens in het panel en hij beaamt dat de rol van een platenmaatschappij inderdaad heel erg veranderd is. “Het gaat er om dat je een band opbouwt, de ideeën van de artiesten snapt, die weet te vertalen en hen helpt die ideeën te verwezenlijken. Je rol daarin hangt volledig van de artiest af. Ook financieel. De ene keer komt een artiest met een vrijwel afgerond product, de andere keer word je zelf onderdeel van de investering als die visie nog verwezenlijkt moet worden.” Janssen: “Er is geen blauwdruk meer, de regels van de industrie zijn volledig veranderd. Wij zijn niet meer ‘de platenmaatschappij’, wij zijn een partner.”

Verschuivende geldstromen

Veel beginnende artiesten zijn ook gebaar bij ene goed team om zich heen, beaamt ook Jaap van Eggelen van EZ Boekhouding. Zijn bedrijf ondersteunt artiesten en labels en heeft een boekhoudingssysteem voor creatieve sector ontwikkeld. “Wij zien nog regelmatig beginnende artiesten die bijvoorbeeld hun Spotify- of YouTube-verdiensten niet goed hebben geregeld, zodat daar amper inkomsten uit komen. Artiesten blijven artiesten, die zijn liever bezig met het creëren dan met de administratie. Ondernemerschap is heel belangrijk en een team kan daarbij zeker helpen.” Van Eggelen ziet vanuit zijn werkzaamheden ook een verschuiving in geldstromen. “Je ziet dat artiesten een investering in een fysiek album vooral doen onder het kopje promotionele kosten. Ze geven cd’s weg, sturen ze naar de pers. De cd is amper meer een verdienmodel. De grootste inkomstenbron komt uit optredens, merchandise zie je ook toenemen als inkomstenbron. Jonge concertbezoekers hebben vaak niet eens meer een cd-speler, maar steunen hun favoriete artiesten door een t-shirt te kopen.” Duijts beaamt dat en stelt dat zijn cd-oplage is gedaald van bijna 150.000 stuks naar zo’n 5000, maar dat de live-inkomsten significant zijn gestegen. “Waar ik vroeger 1600 euro vroeg, vraag ik nu 6000 euro. Ik moet ergens die 23 mensen van betalen, nietwaar? Onderaan de streep blijft het echter in balans. Dat vind ik vrij opvallend.”

Terug in de tijd

Het scoren van hits moet – zeker in het Nederlandstalige segment – ook steeds meer live gebeuren, daar er op de landelijke Nederlandse radio amper ruimte voor is. De Raaff: “Gelukkig zijn er nog de regiozenders die in de luistercijfers vrijwel genegeerd worden maar een zeer significant aandeel aan luisteraars trekken. Maar een hit, daar ben ik van overtuigd, is niet te stoppen. Dat begint in de kroeg, of op het podium. Het groeit en uiteindelijk kunnen ook de landelijke media er niet omheen.” Janssen voegt toe dat ook playlists steeds belangrijker worden. “Het verschuift enorm, maar als branche zijn we opportunistisch. We bewegen mee, lukt het niet linksom, gaan we rechtsom proberen die hit te scoren.” Vos vult aan dat clips daarbinnen ook een niet te onderschatten promotiemiddel zijn. “YouTube blijft het perfecte kanaal om jezelf te laten zien, veel democratischer ook dan clipzenders als TMF vroeger waren. Goed, qua inkomstenstroom is daar nog een slag te slaan en het is natuurlijk niet te pluggen, maar als promotiemiddel is het enorm sterk.” Duijts: “Het mooie is dat je als artiest door al die nieuwe media sneller kan schakelen. Als ik een single met urban-invloeden wil proberen, dan kan ik dat gewoon doen. Het is allemaal veel sneller dan dat je in het verleden vanuit een volledig album werkte.” Janssen beaamt dat. “De eerste albums van The Beatles waren ook altijd een verzameling singles. Pas later kwam het album eerst en volgden de singles. In feite zijn we dus weer 50 jaar terug in de tijd, maar wel helemaal klaar voor de toekomst.”